De puntjes op de i
Burkinabé kunstenaars reflecteren op Nederlandse toiletten
- door Heidi Lutgendorff
Het is tien uur, een zondagochtend. De straten van Amsterdam zijn nog verlaten. In het atelier van de Thami Mnyele Stichting in de Bellamystraat in Amsterdam Oud-West staat een Afrikaans ontbijt op tafel: Nescafé, petits pains en omelet. Boven dampende kopjes koffie hebben we een gesprek met Alassane Drabo (33) en Saliou Traoré (36), twee kunstenaars uit Burkina Faso. Ze zijn in Nederland op uitnodiging van de Thami Mnyele Stichting, die de uitwisseling van kunst en cultuur tussen Nederland en Afrikaanse landen bevordert. Drabo en Traoré zijn al twee maanden in Nederland; hun verblijf zit er bijna op.

Drabo en Traoré vinden de verschillen tussen Burkina en Nederland erg groot. Het klimaat is anders. Dat heeft geen invloed op hun werk, maar wel op de manier waarop ze werken. In Ouagadougou bevinden hun ateliers zich sous le ciel bleu, onder de blote hemel, terwijl ze in Amsterdam vanwege de kou gedwongen zijn hun beelden binnen vier muren te maken. Soms is het ook prettig dat het niet warm is - maar na dagenlang tegen een grijs wolkendek te hebben aangekeken, verlangen ze best weer naar de Afrikaanse zon.

Ouag'Art
De weersomstandigheden zijn uiteraard niet het enige verschil. Wat hen telkens weer opvalt, is hoe goed de kunstwereld in Nederland georganiseerd is: de organisaties, galerieën, netwerken, contacten. In Burkina beginnen kunstenaars zich pas sinds een paar jaar te verenigen.

Het begin van die ontwikkeling ligt volgens Traoré in 1993, met de komst van een nieuwe directeur in het Frans Cultureel Centrum in Ouagadougou. Met de komst van deze man, Monsieur Klain, werd een begin gemaakt met een nieuw beleid waarin meer aandacht was voor beeldende kunst. Het belangrijkste onderdeel hiervan werd 'Ouag'Art', een serie workshops waarin Afrikaanse kunstenaars begeleiding kregen van Westerse kunstenaars.

Ouag'Art was een nieuw fenomeen in Burkina. Tot 1993 werkten de kunstenaars, ongeveer veertig in totaal en volgens Drabo en Traoré allen autodidact, ieder voor zich in een eigen atelier of werkplaats. Ze kwamen wel eens bij elkaar langs, maar van enige vorm van organisatie was geen sprake. Door de workshops leerde men elkaar kennen en na verloop van tijd werd besloten tot de oprichting van twee verenigingen: de ANAPAP (Association Nationale des Artistes Professionnels des Arts Plastiques), voor beeldend kunstenaars, en de AASDO (Association des Artisanats et Sculpteurs), voor beeldhouwers.

Sinds deze collectieven 2 jaar geleden actief werden, kunnen de kunstenaars sterker naar buiten treden. Dit is erg belangrijk, omdat het als kunstenaar in Burkina niet makkelijk is om rond te komen. Bij de bevolking staat kunst weinig in de belangstelling. De mensen hebben er geen geld voor, maar volgens Drabo en Traoré ziet men er ook de waarde nog niet van in. Voor beeldhouwers is het daarnaast dubbel zo moeilijk zich staande te houden. Afgezien van geld hebben weinig mensen plaats in hun huis voor een groot beeld - en ook Europeanen kopen liever een schilderij wat ze kunnen oprollen en meenemen, dan een zwaar beeldhouwwerk.

Openbare Toiletten
In Amsterdam werd de kunstenaars gevraagd twee hotelkamers van Hotel Winston in de Warmoesstraat in te richten. De Nederlandse openbare toiletten, de 'pissoirs' of 'piskrullen' op straat, brachten de kunstenaars op het idee voor hun inrichting van kamer 404 en 406. Het meest opvallende aan de plasgelegenheden vonden ze het feit dat die alleen voor mannen zijn; "Vrouwen moeten altijd gebruik maken van een betaald toilet of een wc in een bar of restaurant, waarvoor ze toch altijd eerst een drankje moet nemen. Vrouwen moeten dus altijd betalen, terwijl voor mannen overal gratis toiletten zijn. Zelfs in de ontwikkelde landen worden vrouwen dus buitengesloten!" aldus Traoré.

In de kamers in Hotel Winston is het idee zeer origineel verwerkt: de Nederlandse icoontjes voor 'herentoilet' en 'damestoilet' hangen tussen (sekse-)symbolen die in alle delen van West-Afrika voorkomen. Drie streepjes staat voor mannelijk, vier streepjes voor vrouwelijk. Traoré en Drabo spelen met deze tekens. Zo is er een schildering waarin het mannelijke en het vrouwelijke symbool aan elkaar zijn vastgemaakt. Er is ook een spiraalvorm te zien. Dat is een Lobi-symbool, een mannelijk teken dat bescherming biedt tegen bijvoorbeeld ziekte of ongeluk. In het West-Afrikaanse dagelijks leven is het terug te vinden als sieraad of decoratie. Bovendien hebben de kunstenaars een symbool met een punt erop gebruikt, wat verwijst naar 'de puntjes op de i zetten', een uitdrukking die ook in het Frans voorkomt en in francofone Afrikaanse landen is overgenomen.

De 'damestoilet-kamer' bevat meer vrouwelijke dan mannelijke symbolen. Hier hangt het icoon voor damestoiletten, waarvan de taille echter flink is ingesnoerd, zoals het teken dat in Nederland een aantal decennia geleden nog heel gebruikelijk was. Voor Afrikanen is dit ook onmiskenbaar vrouwelijk - in tegenstelling tot het teken dat bij ons tegenwoordig op de deuren van dameswc's prijkt. Dat icoon, de dame met de wijde jurk, hangt in Hotel Winston dan ook op de 'herentoilet-kamer'. "Bij ons zou dit het teken voor de man zijn," legt Drabo uit: "De meeste mannen dragen immers een boubou."

Landmijnen
Binnenkort gaan de kunstenaars dus weer terug naar huis. Wat staat er daar op het programma? Over een aantal maanden komt er een tentoonstelling met landmijnen als onderwerp. Drabo en Traoré zijn beiden aangesloten bij de AASDO; ze werken voor zichzelf, maar maken ook beelden in opdracht. De meeste opdrachten - voor instellingen en ambassades, maar relatief weinig voor de regering - lopen via het beeldhouwerscollectief. In de tentoonstelling over Landmijnen willen de kunstenaars door middel van beelden het publiek erop wijzen dat de situatie in Burkina weliswaar al jaren stabiel is, maar dat men niet moet vergeten dat het ook bij hen zo weer fout kan gaan en er oorlog kan komen.

Drabo bereidt daarnaast een tentoonstelling voor over het thema integratie. Op 1 januari 2001 moest er in een aantal West Afrikaanse landen een wet van kracht gaan die verregaande integratie tussen de diverse landen tot stand zou brengen. Als gevolg van de problemen in Ivoorkust, waarbij honderdduizenden buitenlanders zich in het nauw gedreven voelden en er in de hele regio een dreigende situatie ontstond, werd de wet niet ingevoerd. "Tussen kunstenaars uit Senegal, Mali, Benin, Burkina en Cote d'Ivoire zijn geen problemen," merkt Drabo op, "maar op politiek niveau soms wel."

Naast de verschillende thema's zijn 'interculturele relaties' een belangrijk onderwerp in de werken van Drabo en Traoré. Wie weet prijken de Westerse toiletsymbolen in de toekomst op nieuw werk van hun hand, of krijgt de museumbezoeker in Ouaga een heuse piskrul te zien.



--
- Remise de matériel informatique à l' ANAPAP
(in French)
- Duopresentatie Alassane Drabo en Saliou Traoré
- Stichting Thami Mnyele
Postscript:
Heidi Lutgendorff is historica en publicist op het gebied van Afrikaanse kunst en geschiedenis.