De uit Malawi afkomstige kunstenaar Samson Kambalu verbleef met een beurs enkele maanden in Amsterdam. Hier rekende hij af met de loden last die het christendom al sinds zijn vroegste jeugd voor hem is. "Als mensen in Amsterdam Afrikaanse kunst wilden zien, dan liet ik ze de Bijbel zien."
Op de vloer ligt een grote groene mat: een stuk grastapijt met een middenstip en verschillende ballen er over uitgestrooid. Het lijken voetballen, doordat zeshoekige stukjes wit leer tot een ronde vorm aan elkaar zijn genaaid. De ballen zien er wat groezelig grijs uit, alsof iemand er al een balletje mee heeft getrapt. Raap je ze op - de kunstenaar nodigt zijn publiek uit dit te doen - dan blijken het geen zware leren exemplaren te zijn, maar lichte speelgoedballen die rondom beplakt zijn met pagina's uit een Bijbel. Het zijn de Holyballs van Samson Kambalu, een Afrikaanse kunstenaar die in het najaar van 2000 in het gastatelier van de Thami Mnyele Foundation in Amsterdam verbleef. Deze stichting heeft als doel om de culturele dialoog tussen Nederland en Afrika te bevorderen. Ze nodigt daartoe kunstenaars uit Afrikaanse landen uit om enkele maanden met een beurs in haar gastatelier te werken en verblijven.
Samson Kambalu heeft behalve de boven omschreven versie van Holyball twee andere projecten gemaakt in Amsterdam. Die waren te zien in het atelier van de Thami Mnyele Foundation, tijdens de presentatie in november 2000, ter afsluiting van zijn verblijf in Nederland. In de vensterbank stond een aantal jampotjes, gevuld met een klein object en een gelige vloeistof: een delftsblauw stenen figuurtje, een briefje van tien gulden, een Disneyfiguurtje, een plaatje van Warhols portret van Marilyn Monroe. De objecten lijken geweckt te zijn door Samson, want ze staan op zijn 'water'. Hij heeft ze niet willen conserveren voor de toekomst, eerder symboliseren ze zijn bewustwording van zijn nieuwe omgeving, als stalen van zijn nieuwe identiteit temidden van zijn tijdelijke omgeving in Amsterdam.
"Ik verloor mijn gezicht toen ik van Malawi naar Amsterdam kwam," schrijft Samson op de vraag hoe de twee nieuwe projecten zijn ontstaan die hij tijdens zijn verblijf in Nederland maakte. "Ik werd me heel bewust van de plaats die ik innam. Ik werd me bewust van mijn huidskleur. Opeens was ik een 'black man'. Een Afrikaan. De eerste uitdaging die ik aan moest gaan was om mijn plaats in deze nieuwe wereld opnieuw vast te stellen. De plaats die ik als kleurling in de westerse wereld inneem, heeft historisch gezien een bittere nasmaak."
Black My Story
Samson ontdekte tijdens zijn wandelingen door Amsterdam dat de vuilniszakken er zwart zijn. Zwarte hopen verrijzen de avond voor de vuilnis wordt opgehaald. Verscheidene vuilniszakken voorzag hij van een label met de handgeschreven tekst: 'Black My Story'. Black My Story werd vervolgens een serie foto's van deze gelabelde zwarte vuilnishopen in Amsterdam. "Het was mijn eerste poging om mijn verhouding tot mijn nieuwe omgeving te bepalen. Ik denk dat het zowel een pessimistisch als een optimistisch werk was."
Samson heeft de foto's in simpele fotohoesjes gestoken. Die liggen nonchalant op een tafeltje naast de bijzonder fraaie schetsboeken, waaruit blijkt dat Samson ook een begenadigd tekenaar en schrijver is. Maar ondanks de snapshot-achtige kwaliteit van de foto's en de haast familiaire manier van presenteren - alsof je door de vakantiekiekjes van een nicht of neef bladert - hebben de beelden de impact van een mentale mokerslag. Samson bepaalt met Black My Story niet alleen zijn eigen positie in het westerse Amsterdam van nu. Hij duwt tegelijkertijd de (overwegend) blanke Amsterdamse toeschouwer in de positie van de kleurling: zo moet het eeuwen lang gevoeld hebben - en mogelijk nog steeds voelen - voor iemand die een andere huidskleur heeft in onze witte wereld: als een hoop afgedankte rommel waar niemand naar omkijkt, niemand om geeft, iedereen nog meer rommel bij smijt en verder alles mee mag doen, totdat de vuilnisman komt en daarna de bezemwagen die de boel weer keurig achterlaat. Dat gebeurt overigens ook bij het Stedelijk Museum, zo blijkt uit de foto's van Samson.
Lazarus
Samson Kambalu komt uit Malawi, een klein land in zuidelijk Afrika, ingeklemd tussen Zambia, Tanzania en Mozambique. Maar weinigen weten het zonder meer op de kaart te vinden, volgens de kunstenaar omdat er geen oorlogen worden uitgevochten. Malawi is een voormalig paradijs voor missionarissen, die de bevolking dan ook met een enorme christelijke erfenis hebben opgezadeld. Samson werd er geboren in een stormachtige nacht in november 1975. "Donder en bliksem dreven me na zeven maanden uit de schoot van mijn moeder. Malawi is een arm land, en dus moest ik overleven zonder couveuse, in de warmte van mijn moeders armen. Ik groeide op als een zwak kind en zat altijd onder de schrammen en andere verwondingen die ik tijdens oneindige valpartijen opliep. Ze noemden me daarom 'Lazarus'. Op een dag viel ik in een put en dreigde te verdrinken. Een nooit geïdentificeerde voorbijganger viste me eruit en wierp me in een nieuw leven. Sindsdien noemde mijn moeder me 'Samson' en werd mijn jeugd met raadselen doortrokken: Jezus Christus verscheen in mijn dromen en ik kreeg het gevoel dat ik een speciale roeping had. Op mijn zevende ontdekten ze tijdens de rekenlessen dat ik een gave had om te tekenen. Ze zeiden dat het van Christus kwam en noemden me kunstenaar."
Toen Samson 13 jaar was ging hij naar de Kamuzu Academy in Lilongwe, de hoofdstad van Malawi, om er kunst te studeren. Hij leerde er de westerse denkbeelden over de kunsten grondig kennen, en studeerde bovendien westerse filosofie en psychologie. Ook over Afrikaanse literatuur en psychologie werd hij onderwezen, maar de nadruk lag toch op het Westen. Het heeft Samson naar eigen zeggen opgezadeld met een gespleten identiteit. Zijn wortels zijn diep verankerd in de Afrikaanse samenleving, die zwaar doordrenkt is van de eigen tradities en het opgedrongen christendom. Maar zijn hoofd loopt over van de westerse denkbeelden en geschiedenis, gesterkt door een groot kritisch vermogen dat de Kamuzu Academy hem eveneens heeft meegegeven. Zelf gebruikt Samson een andere metafoor: hij zegt op twee verschillende benen te staan,
een Westers been en een Afrikaans been. De geesten van de kolonisten enerzijds en zijn voorvaderen anderzijds strijden in hem, beide in naam van Jezus Christus en het woord Gods, de Bijbel. Om ze vervolgens ter verantwoording te roepen en hun rol in zijn leven duidelijk te maken, heeft hij de Holyballs gemaakt.
Het heeft hem jaren gekost om een vorm voor zijn kunst te vinden waarmee hij dit conflict in hem tot uiting kon brengen. Een uitdrukkingsvorm die vervolgens ook als remedie tegen die gespletenheid kon dienen. Samson leerde in de meest uiteenlopende - traditionele - technieken en materialen te schilderen en tekenen; hij kan dat bovendien in alle mogelijke stijlen. Maar zijn 'eigen ding' vond hij pas, toen hij pagina's uit een Bijbel begon te scheuren om ze vervolgens op ballen en andere objecten te plakken.
Moderne kunst en de Bijbel
De eerste installatie die Samson met de ballen maakte, ontstond een jaar geleden. Aan de Universiteit van Zumba in Malawi - Samson doceert er zelf ook aan het departement voor schone kunsten en performances - richtte hij een ruimte in met de ballen. Als een soort priester riep hij zijn publiek op met de ballen te spelen. Het spel was als een ritueel zoals het avondmaal een ritueel is, waarbij het lijden van Christus om de zondaars hun zonden te vergeven wordt gesymboliseerd. Het spel met de ballen werd zo een manier om de kwade geesten uit het verleden te verdrijven. Maar er zijn meer manieren om het spel met de ballen te duiden, zo blijkt na bestudering van een artikel uit het in Malawi verschijnende Wasi Art Magazine en uit de woorden van Samson zelf. In feite voegt elk werk dat hij maakt met de Holyballs iets aan de betekenis van het project toe en maakt het steeds rijker. God kun je bijvoorbeeld ook zien als een voetbal, en iedereen trapt naar hem zoals het hem uitkomt: de een gebruikte hem om er de slavernij van de zwarte Afrikaanse bevolking mee te rechtvaardigen, de ander praatte Apartheid er mee goed. En ook Samson gebruikt het woord Gods voor zijn eigen doel, daar is hij zich van bewust. Al deze openbaringen dankzij een aantal ballen geven op een veel abstracter niveau een inzicht in het goede en het kwade: hoe die zich tot elkaar verhouden, en vooral hoe complex die verhoudingen kunnen zijn.
Maar er is ook de persoonlijkere noot: het afrekenen met zijn eigen, tamelijk bombastische jeugd. "Ik geloof niet langer in een objectieve God," schrijft Samson, "en daarom is Holyball ook een manier om mijn eigen demonen, die ik door mijn Christelijke achtergrond heb meegekregen, te onderdrukken. Het is een manier om te voorkomen dat ik een nieuwe Charles Manson wordt. Door de Bijbel op een puur mentaal niveau te benaderen, hoop ik mijn destructieve religieuze emoties in bedwang te houden."
De Holyballs en het groene voetbalveld dat Samson als een volgende stap bij de ballen maakte, vormen een arena voor kritische gedachten over de geschiedenis en het christendom. Voor hemzelf en voor de toeschouwer, ook al heeft de laatste in het Westen nauwelijks nog een band met de Bijbel. "In Amsterdam waren er veel mensen die dachten dat het anachronistisch is om met de Bijbel te werken, maar integendeel: Holyball is een perfecte spiegel van onze tijd. Moderne kunst komt voort uit de Bijbel en heeft zonder meer een joodse ziel. Dat is het minste wat ik kan concluderen als ik onze moderne niet-religieuze cultuur ontleed. Het is niet verbazingwekkend dat hoe westerser Afrika wordt door de globalisering, des te 'christelijker' het ook wordt. Volgens Newsweek komen er elke maand 1500 nieuwe kerken bij in Afrika. Als mensen in Amsterdam Afrikaanse kunst wilden zien, dan liet ik ze de Bijbel zien."
--
Postscript:
Dit artikel verscheen eerder in Kunstblad, nr. 4/2001.
Claudine Hellweg (1968) studeerde Kunstgeschiedenis en Algemene Literatuurwetenschappen aan de Universiteit van Leiden en volgde de curatorenopleiding in Amsterdam. Momenteel is ze vooral actief als freelance publicist op het gebied van hedendaagse beeldende kunst.